↑ Terug naar ZiekteZorg

Vaccinaties


bron interview : healingsoundmovement.com

Wir haben es nicht gewusst …
De waarheid over vaccinaties
We zijn allemaal opgegroeid met de vanzelfsprekendheid dat vaccinaties noodzakelijk, efficiënt en veilig zijn. Meer en meer wordt volgens sommigen duidelijk dat dit een mythe is, in het leven gehouden door pharmaceutische en chemische multinationals, voor wie geneeskunde very big business is.

De vaccinatieproblematiek is heel belangrijk want heel de wereld staat op het punt om een of meerdere spuitjes te krijgen.
Ook u zult daar vanuit uw verantwoordelijkheid heel binnenkort mee geconfronteerd worden en de niet te ontlopen vraag zal zijn: zal ik vaccinaties toelaten bij mezelf, mijn gezin, mijn patiënten, mijn leerlingen, mijn bewoners, mijn burgers, …

Wie zich al wat geïnformeerd heeft, weet dat er heel veel vragen en onduidelijkheden zijn.
Wie dat nog niet heeft gedaan, kan daar het beste zo vlug mogelijk mee beginnen …….

Schokkende vaccinstudie onthult dat influenzavaccins slechts bij 1,5 van 100 volwassenen beschermen tegen griep (en geen 60% zoals beweerd wordt)

 

PDF over vaccineren

 

E-book”de verborgen gevaren van vaccinaties” klik deze link.

 

Onze intensieve vaccinatieprogramma’s, inclusief middelen met menselijk DNA, kunnen de oorzaak zijn van babysterfte en van het groeiende aantal kinderen met autisme, ADHD en astma.

Vóór hun eerste verjaardag krijgen Amerikaanse en Nederlandse baby’s maar liefst 26 inentingen. Beide landen hebben het meest intensieve vaccinatieprogramma ter wereld. In geen van de ontwikkelde landen is de kans zo klein dat een baby die eerste verjaardag haalt als in Amerika. Over Nederland kan dat gelukkig niet gezegd worden, maar wel is dit patroon in een onderzoek gevonden voor elk land met een intensief vaccinatieprogramma. Daaruit werd een direct verband opgemaakt tussen het aantal prikken in het eerste levensjaar en het sterftecijfer onder baby’s.
In het bedoelde, grootschalige onderzoek blijkt Amerika de hoogste babysterfte te hebben van de 34 onderzochte landen. Nederland en België zijn in dat onderzoek niet opgenomen, maar hanteren wel een vergelijkbaar aantal inentingen in hun rijksvaccinatieprogramma (24 à 26 in het eerste levensjaar). Van de 1000 baby’s sterven er in Amerika 6,22 (in Nederland 4,59) vóór de leeftijd van een jaar. Jaarlijks worden er zo’n 4 miljoen baby’s geboren in Amerika: daarvan sterven er dus 24.800 voor hun eerste verjaardag. Veel van die sterfgevallen zouden het gevolg kunnen zijn van overvaccinatie. Al is het US National Vaccine Injury Compensation Program daarover een stuk minder kritisch: vorig jaar gaven zij van slechts 107 kinderen toe dat ze gestorven waren als direct gevolg van een vaccin. Aan de getroffen gezinnen betaalden ze een compensatiebedrag van 110 miljoen dollar.

Belangen
De wetenschappers die bovenstaand onderzoek uitvoerden, Neil Miller en Gary Goldman, denken dat veel sterfgevallen die verband houden met vaccinatie een andere oorzaak krijgen toegewezen, waardoor de relatie wordt vertroebeld. Volgens hen zou bijvoorbeeld een aantal babysterfgevallen dat is toegeschreven aan wiegendood (ofwel SIDS, sudden infant death syndrome) eigenlijk te wijten zijn aan overvaccinatie.
Ook zijn er aanwijzingen dat de ware omvang van de schade die vaccins veroorzaken nooit is gepubliceerd, maar onder de pet is gehouden door de fabrikanten in samenwerking met de gezondheidsautoriteiten. Mogelijk is de gedachte daarachter geweest dat vaccins een hoger doel dienen dat duidelijk opweegt tegen elke mogelijke schade die ze berokkenen. Maar er zijn ook twee andere mogelijke redenen voor het achterhouden van informatie. Allereerst zou elke schijn van schade – of zelfs overlijden – door multipele vaccinatie twijfel zaaien onder ouders, aangezien hun artsen hen er steeds van verzekerd hebben dat vaccinatie veilig is. Ten tweede zouden de compensatiekosten een enorme druk leggen op een toch al slinkend budget voor publieke doeleinden.

Menselijk DNA
Overvaccinatie blijkt het grootste probleem te zijn, zoals ook bleek bij de soldaten met het Golfoorlogsyndroom, die versneld een cocktail van inentingen hadden gekregen.
Maar de giftige cocktail bevat nog een andere component. Voormalig farmaceutisch onderzoekster Helen Ratajczak heeft ontdekt dat er in 23 van de vaccins die aan baby’s worden gegeven, menselijk DNA zit. Het poliovaccin is daar een voorbeeld van. Dit wordt in menselijk foetaal weefsel gemaakt en al aan baby’s vanaf twee maanden toegediend. Het Nederlandse vaccinatieprogramma bevat overigens slechts één zo’n vaccin uit foetaal materiaal: het BMR-vaccin.

Babysterfte
Het onderzoek van Miller en Goldman legt een direct verband bloot tussen de intensiteit van het vaccinatieprogramma van een land en de mortaliteit onder baby’s. In hun 34-landenonderzoek volgt Cuba direct na Amerika. In dat land krijgen baby’s 22 vaccindoseringen voor hun eerste verjaardag en is de mortaliteit 5,82 per 1000 baby’s (zie het kader De slechtste tien).

Daartegenover staat dat Zweden en Japan onder de laagst scorende landen vallen qua babysterfte (respectievelijk 2,75/1000 en 2,79/1000). In die landen zijn slechts 12 doseringen opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma: het laagste aantal in dit onderzoek.
Gemiddeld was de babysterfte 3,36/1000 in landen met 12-14 inentingen in hun vaccinatieprogramma, 3,89 bij 15-17 inentingen, 4,28 bij 18-20 inentingen en 5,19 bij 24-26 inentingen1. Ter vergelijking: in Nederland is dit sterftecijfer 4,59/1000 en het aantal vaccinaties 26 in de eerste veertien maanden2.
Het verband met wiegendood
Als het zo is dat vaccins een grote oorzakelijke factor zijn bij babysterfte, met name in de ontwikkelde landen, waarom is dat dan niet eerder opgemerkt? Miller en Goldman nemen aan dat er andere oorzaken – met name wiegendood – zijn opgevoerd. Ook kan het zijn dat overvaccinatie niet altijd de enige oorzaak is, maar mede een rol speelt in de sterfgevallen.
Wiegendood (SIDS) was in de jaren zestig een dermate zeldzaam fenomeen dat het niet eens voorkwam op de lijst van mogelijke oorzaken van sterfte onder zuigelingen. Aan het eind van dat decennium werd een vaccinatieprogramma ingevoerd en kregen Amerikaanse baby’s voor het eerst de prikken voor DKT (difterie, kinkhoest en tetanus), polio en BMR (bof, mazelen, rodehond). In 1969 verscheen er in het medische lexicon een nieuwe oorzaak van babysterfte, genaamd wiegendood. In 1973 trad deze dermate frequent op dat het Amerikaanse National Center for Health Statistics hem opnam en in 1980 was hij in Amerika de meest frequente oorzaak van overlijden onder baby’s van 28 dagen tot een jaar oud3.
Het gemiddelde jaarlijkse aantal gevallen van wiegendood daalde met 8,6 procent tussen 1992 en 2001, na een succesvolle campagne genaamd back to sleep, waarbij baby’s op hun rug te slapen werden gelegd. In Nederland heeft een soortgelijke daling plaatsgevonden sinds 1987, het jaar waarin de rol van buikligging duidelijk werd en ouders en verzorgers daarover konden worden voorgelicht4. Volgens critici echter is die daling enkel en alleen te danken aan een veranderde voorstelling van de cijfers. In diezelfde tijd stegen namelijk andere doodsoorzaken onder zuigelingen, zoals ‘verstikking in bed’, ‘verstikking – overige’ en ‘onbekende en ongedefinieerde oorzaken’. Alleen al het aantal ‘verstikkingen in bed’ steeg met meer dan 11 procent in Amerika. En de toenamen in alle andere categorieën wogen samen ruimschoots op tegen de afname in het aantal gevallen van wiegendood.

Wiegendood wordt omschreven als ‘plotseling, onverwacht overlijden van een zuigeling waarvoor na grondig onderzoek geen verklaring is gevonden’. Specifieke symptomen zijn er niet, maar bij autopsie is vaak stuwing en oedeem in de longen gevonden, evenals ontstoken luchtwegen5. Uit één studie bleek dat bij tweederde van de gevallen van wiegendood het slachtoffertje de DKT-prik had gekregen. Van hen had 6,5 procent de prik minder dan twaalf uur voor overlijden gekregen, 13 procent minder dan vierentwintig uur en 26 procent minder dan drie dagen tevoren. De onderzoekers concludeerden dat het vaccin ‘mogelijk een algemeen onopgemerkte, belangrijke oorzaak is van wiegendood en vroege kindersterfte, en dat de risico’s van immunisatie groter kunnen zijn dan de potentiële winst’6. Ook andere onderzoekers ontdekten zulke patronen. Bij één onderzoek bleek dat de mortaliteit door wiegendood 7,3 keer zo hoog was in de drie dagen na de DKT-vaccinatie, vergeleken met de periode vanaf dertig dagen daarna7. Precies dezelfde conclusie kwam uit een ander onderzoek, waar het risico naar schatting verachtvoudigde in de eerste drie dagen na vaccinatie.

plaatjea

Het immuunsysteem
Artsen verzekeren ouders dat hun baby’s de multipele vaccinaties goed kunnen verdragen. Dat advies staat echter haaks op de biologie. In het algemeen begint een vaccinatieprogramma reeds op de leeftijd van twee maanden, maar dat is tevens een kritiek moment in de ontwikkeling van het immuunsysteem. Hoewel bepaalde immuunfuncties dan al werken, zijn er ook veel cellulaire processen nog niet geheel operationeel en is het immuunsysteem als geheel niet helemaal intact op deze leeftijd. Toch krijgt dit onrijpe immuunsysteem reeds vaccins te verwerken die in menselijk foetaal weefsel gekweekt zijn, waardoor vreemd DNA in het lichaam wordt gebracht. Het poliomyelitisvaccin, dat vanaf twee maanden reeds aan baby’s wordt gegeven, is op die manier gemaakt, evenals 22 andere vaccins. Helen Ratajczak, voorheen onderzoekster bij Boehringer Ingelheim Pharmaceuticals, ontdekte dat de rubellacomponent van de BMR-prik en het vaccin tegen waterpokken beide met menselijk DNA zijn geproduceerd9.
In totaal zijn er al sinds de jaren zestig miljoenen vaccinlijnen ontwikkeld in de longcellen van geaborteerde foetussen. Dat is echter nooit aan de ouders van kinderen verteld als hen om toestemming voor vaccinatie werd gevraagd. Die cellen van een levende ‘gastheer’ zijn van essentieel belang voor de productie van vaccins tegen virussen. Het levert ethische problemen op voor ouders die tegen abortus zijn. Bovendien kan het op biologisch vlak een gevaar opleveren. Aan de universiteit van Genève is ontdekt dat het RNA dat uit het hart van kikkers wordt genomen, een connectie kan aangaan met het DNA van bacteriën. Dat proces heet transcessie: de uitwisseling van informatie tussen twee eenheden genetisch materiaal10. De onderzoeksleider dr. Maurice Stroun zei erover: ‘Aangezien we weten dat er geen bacteriën het hart van de kikker ingekomen zijn, moeten we wel concluderen dat het bacteriële DNA uit de bacterie moet zijn gelekt en door de dierlijke cellen moet zijn geabsorbeerd.’
Ook andere onderzoekers hebben dergelijke processen gezien. In één onderzoek werd een virus 24 keer achtereen in celkweken aangebracht, en ontdekten de onderzoekers dat er regelmatig genetische informatie ingevoegd of verwijderd werd uit het virus. Dat kan erop duiden dat het virus genetisch materiaal uitwisselt met de weefsels waarin het wordt gekweekt11. Deze resultaten zijn nogmaals gevonden (‘gerepliceerd’) in een soortgelijk onderzoek in een laboratorium in Genève, waarbij menselijke cellen met bacterieel DNA werden gemengd12.

Er zijn wetenschappelijke speculaties over transcessie als oorzaak van hartschade na reumatische koorts en na een bacteriële infectie. Dr. Howard Urnovitz van de universiteit van Michigan heeft onderzoek gedaan naar de genetische mutaties die door virussen kunnen ontstaan. Volgens hem heeft ons lichaam een ‘genetisch geheugen’ voor lichaamsvreemde stoffen waarmee het in aanraking komt, inclusief vaccins. Er is echter een grens aan de hoeveelheid die een lichaam kan behappen totdat de genetische schade uitmondt in een chronische ziekte. Per persoon verschilt die grens, afhankelijk van de unieke capaciteit van zijn of haar immuunsysteem.
Deze theorie van Urnovitz kan verklaren waarom overvaccinatie kan leiden tot een chronische ziekte of zelfs overlijden. Zoals milieugeneeskundige dr. Harold Buttram oordeelde: ‘De implicaties van dit onderzoek naar transcessie zijn enorm, en ze duiden op iets wat wellicht een veelvoorkomend verschijnsel is in het menselijk lichaam. Vanuit het gezichtspunt van de toekomstige generaties kan deze mogelijkheid – dat vaccins wellicht genetische hybridisaties veroorzaken bij onze kinderen – wel eens het grootste gevaar zijn van onze huidige programma’s voor kindervaccinatie.’

Andere problemen
Buttram, Ratajczak en ook anderen geloven dat een groot aantal chronische aandoeningen bij kinderen het gevolg kunnen zijn van het inbrengen van vreemd DNA via vaccinatie op zeer jonge leeftijd in een onrijp immuunsysteem. De Amerikaanse kinderarts dr. Kenneth Brock heeft de term ‘de vier-A-aandoeningen’ geïntroduceerd voor autisme, ADHD, astma en allergieën. Dat zijn de belangrijkste aandoeningen die bij elkaar ongeveer een derde van alle kinderen in Amerika treffen13. Alle vier deze aandoeningen namen twintig jaar geleden plotseling snel toe in aantal. Die toename viel samen met de introductie van de BMR II en de waterpokkenvaccinatie, die beide in menselijk foetaal weefsel worden gemaakt.
Tussen 1983 en 1990 werd de opname van het nieuwe BMR-vaccin in het vaccinatieprogramma verhoogd. In die tijd schoot de incidentie van autisme in Amerika omhoog van vier op de 10.000 kinderen naar één op de 500 kinderen. Vanaf 1988 werden er twee doseringen BMR II in plaats van één opgenomen in het vaccinatieprogramma. Een soortgelijk patroon is in Engeland gesignaleerd vanaf 1988, het jaar waarin BMR II voor het eerst werd gebruikt. In dat jaar schoot het autismecijfer omhoog naar één op de 64 kinderen. Canada, Denemarken en Japan hebben soortgelijke verschijnselen gerapporteerd. In Nederland heeft zich geen BMR-affaire voorgedaan. Hier wordt het vaccin sinds 1987 gebruikt, maar zonder het conserveermiddel thimerosal, dat tevens een oorzakelijke factor kan zijn.
Een tweede scherpe stijging van het aantal gevallen van autisme trad in 1995 op, toen het nieuwe waterpokkenvaccin werd geïntroduceerd, dat eveneens in menselijk foetaal weefsel wordt gemaakt14. Op dit moment is het aantal kinderen met autisme in Amerika één op de honderd en in Engeland één op de 86. In Nederland is het waterpokkenvaccin niet opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma en hier heeft één op de vierhonderd mensen een autistische stoornis15. Voor Nederland moet een vaccin namelijk een apart veiligheidsprogramma doorlopen, wat vanwege de relatief kleine afzetmarkt niet aantrekkelijk is voor fabrikanten.

Aandachttekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) is de afgelopen twintig jaar vierhonderd procent frequenter geworden. In Amerika hebben naar schatting 3,5 miljoen kinderen ADHD, in Engeland 500.000 en in Nederland 200.000. Ook hier is een patroon te vinden dat samenvalt met de introductie van de BMR II en – in Amerika en Engeland – van het waterpokkenvaccin. Hoewel ook hier andere factoren een rol kunnen spelen, valt het patroon niet te ontkennen en zou het onderzocht moeten worden. In diezelfde periode nam onder kinderen het aantal gevallen van astma toe met 300 procent en van allergieën met 400 procent.

Voorlichting
Hoewel de verontrustende explosie van deze vier-A-diagnoses samenvalt met de introductie van vaccins gemaakt in menselijk foetaal materiaal, is dat nog geen sluitend bewijs voor een causaal verband. Volgens neurochirurg Russell Blaylock, die onderzoek gedaan heeft naar het effect van vaccinatie op de neurologische ontwikkeling van kinderen, is het onderzoek naar dat verband nooit gestimuleerd omdat niemand die mogelijkheid wil accepteren. Zoals ook ons Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ons vriendelijk voorlicht: ‘Kinderen krijgen vaak meerdere vaccins tegelijk. Voor het afweersysteem van het lichaam (immuunsysteem) is dat geen probleem. Ook geeft de combinatie van vaccins geen extra of heftiger bijwerkingen dan losse vaccins. Omdat elke prik een kans op bijwerkingen geeft, is het juist beter om meerdere vaccins te combineren in één prik’16. In de zeldzame gevallen dat er wél onderzoek gedaan is naar mogelijke reacties, zijn de resultaten mogelijk vervormd of zoekgeraakt. Dr. Blaylock geeft het volgende voorbeeld van zo’n doofpottactiek door vaccinfabrikanten en gezondheidsautoriteiten, toen zij bewijzen onder ogen kregen dat de vaccins neurologische ontwikkelingsstoornissen en ADHD veroorzaakten.
In 2000 was er een besloten bijeenkomst van 51 wetenschappers – waaronder afgevaardigden van vaccinfabrikanten – met Amerikaanse gezondheidsautoriteiten, om de alarmerende bevindingen te bespreken van een onderzoek naar de veiligheid van een vaccin door dr. Thomas Verstraeten. In dat onderzoek waren de reacties na vaccinatie geanalyseerd van 110.000 kinderen uit vier verschillende delen van het land, ofwel door vier verschillende gezondheidsorganisaties ingeënt. Verstraeten en zijn team waren de effecten van thimerosal aan het meten, een kwikbevattend ingrediënt dat tot het jaar 2000 als conserveermiddel in vaccins werd toegepast. Verbazingwekkend genoeg bestond de ‘controlegroep’ in dit onderzoek uit kinderen die een lagere dosis thimerosal hadden gekregen, in plaats van kinderen die helemaal niet aan de stof waren blootgesteld.
Desalniettemin waren de resultaten verontrustend. De misery and unhappiness disorder, zoals het in het onderzoek heette wanneer een baby onbedaarlijk huilde en zeer onrustig was, kwam veel vaker voor bij baby’s die een vaccin met thimerosal hadden gekregen op de leeftijd van een maand, en de aandoening was ernstiger bij de baby’s die de hogere dosis hadden gekregen. Tevens was er een ‘significant verhoogd risico’ van ADD (ADHD zonder de hyperactiviteit) en bleek op de leeftijd van drie maanden een duidelijk verhoogd risico op neurologische ontwikkelingsstoornissen, waaronder spraakproblemen17. Toen echter dit onderzoek drie jaar later eindelijk werd gepubliceerd, waren die reacties zo goed als verdwenen uit het verslag en werden de effecten beschreven als ‘niet-significant’18. In die jaren was een vijfde gezondheidsorganisatie, de Harvard Pilgrimage, aan het onderzoek toegevoegd, maar waren de kinderen die de hoogste dosis thimerosal hadden gekregen weggelaten en de toelatingsparameters voor het onderzoek veranderd.

De Amerikaanse politicus Dave Weldon, die het oorspronkelijke onderzoek gelezen had, sprak bij de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) zijn onvrede uit over het feit dat de Harvard Pilgrimage-groep in het onderzoek was opgenomen, aangezien deze organisatie onder curatele stond en haar dossiers ‘een janboel’ waren. Weldon wilde een heranalyse van de oorspronkelijke onderzoeksresultaten laten uitvoeren door onafhankelijk onderzoeker dr. Mark Geier, maar de CDC meldde hem dat de gegevensbestanden ‘verloren gegaan’ waren. Ook de herkomst van Verstraeten zelf was ambivalent: in de publicatie beschreef hij zichzelf als een medewerker van de CDC, maar ten tijde van het onderzoek werkte hij voor GlaxoSmithKline, de fabrikant van een van de onderzochte vaccins.
In zijn commentaar waarschuwde dr. Blaylock tegen de conclusie dat thimerosal de boosdoener zou zijn – dit wordt nu alleen nog in griepprikken gebruikt – en stelde hij dat de werkelijke boosdoener het intensieve vaccinatieprogramma zelf is. ‘Er worden te veel vaccins gegeven aan kinderen in de tijd dat hun hersenen de grootste groei doormaken’17.

Balans
Tijdens die bijeenkomst met de afgevaardigden van de vaccinfabrikanten in 2000, stelde het hoofd vaccinatieveiligheid van de CDC, dr. Robert Chen, dat ‘het probleem is dat het onmogelijk en onethisch is om kinderen níet te vaccineren, waardoor het probleem [van vaccinatieveiligheid] nooit zal kunnen worden opgelost’. Deze opvatting moet wel leiden tot een situatie waarin elke schijn van schadelijke of zelfs dodelijke gevolgen van vaccins wordt verdoezeld. De betreffende kinderen gelden dan als ‘bijkomende schade’: de ongelukkige slachtoffers van een programma dat voor de overgrote meerderheid voordelen oplevert, althans volgens onze gezondheidsautoriteiten.
Maar stel nu eens dat de intensieve vaccinatieprogramma’s – en de manier waarop die vaccins worden gemaakt – tezamen elk jaar weer leiden tot de dood van duizenden baby’s over de hele wereld en bij bijna een derde van de kinderen tevens tot chronische gezondheidsproblemen op de lange termijn. Zou de balans dan doorslaan en zouden de voordelen wellicht niet meer opwegen tegen de schade?

Vaccins met menselijk DNA
De onderstaande vaccins worden gemaakt met cellen van een geaborteerde foetus en bevatten DNA, eiwitten en/of celresten. Zoals u ziet, bevat het Nederlandse rijksvaccinatieprogramma één vaccin met menselijk materiaal, namelijk het BMR-vaccin. De vaccins voor rabiës en hepatitis A zitten niet in het rijksvaccinatieprogramma, maar worden hier wel aangeboden voor specifieke gevallen (bijvoorbeeld verre reizen).

Vaccinatie en vaccin
Polio: Poliovax, Pentacel, DT Polio Absorbed, Quadracel
BMR: MMR II, Meruvax II, MRVax, Biovax, Proquad, MMR-V, Priorix*, MMR-Vaxpro*, Erolalix
Varicella (waterpokken): Varivax, ProQuad, MMR-V, Zostavax, Varilix
Hepatitis A: Vaqta*, Havrix*, Twinrix, Avaxim*, Vivaxim, Epaxal*
Rabiës (hondsdolheid): Imovax

*Deze worden ook in Nederland gebruikt (bron: Farmacotherapeutisch Kompas).
Bron: Sound Choice Pharmaceutical Institute

Vaccins voor de kleintjes
In de eerste veertien maanden van hun leven krijgen de meeste Nederlandse kinderen de volgende vaccinaties.

leeftijd twee, drie, vier en elf maanden
1. Eerste t/m vierde dosis van het vijfvoudige vaccin DKTP-Hib tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en haemofilus influenzae type B. DKTP wordt op vierjarige leeftijd nog eens herhaald en DTP op negenjarige leeftijd.
2. Eerste t/m vierde (en laatste) dosis van het pneumokokkenvaccin.

leeftijd veertien maanden
1. Eerste dosis van het drievoudige vaccin BMR tegen bof, mazelen en rubella (rodehond). Wordt op negenjarige leeftijd herhaald.
2. Meningokokken-C-vaccin.
Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

In ontwikkelingslanden
Zoals te verwachten is, zijn in ontwikkelingslanden de sterftecijfers veel hoger. Maar ook hier is een duidelijk verband te zien tussen intensieve vaccinatieprogramma’s en een hoog babysterftecijfer. Gambia en Mongolië hebben bijvoorbeeld een programma met 22 doses en een babysterfte van 68,8 respectievelijk 39,9 op de 1000. Van deze sterfgevallen kunnen er echter veel door vervuild water, ondervoeding en slechte hygiëne komen.
Er is een onderzoek gedaan waarin rekening is gehouden met deze andere mogelijke doodsoorzaken, namelijk in Guinee-Bissau in West-Afrika. Dit land heeft een van de hoogste babysterftecijfers ter wereld. In het onderzoek waren 15.351 kinderen opgenomen, die tussen 1990 en 1996 geboren waren. Zij werden door Nederlandse onderzoekers gevolgd voor de duur van het aanbevolen vaccinatieprogramma. Bij hun geboorte werden deze kinderen ingeënt tegen polio en tuberculose; de DKT-vaccinatie kregen ze met zes weken, tien weken en veertien weken; op de leeftijd van negen maanden de inenting tegen mazelen.
De onderzoekers concludeerden dat de vaccinaties tegen tuberculose en mazelen een gunstig effect hadden en het sterftecijfer halveerden. Maar onder kinderen die de DKT-prik en de polioprik hadden gekregen, werd het sterftecijfer 1,84 keer zo hoog1. (1BMJ, 2000; 321: 1435-1438)

bron:Marcel Messing

 

 

 

 

vaccin

Massa Vaccinatie & Massa denken

Bij het begin van dit verhaal wil ik graag één ding duidelijk maken. Ik ben er absoluut van overtuigd, dat alle praktisch werkende artsen, die hun patiënten vaccineren, er volledig van overtuigd zijn dat ze goed werk doen en het welzijn van hun patiënten menen te bevorderen. Laat daar geen twijfel over bestaan. Mijn praktisch met patiënten …

Bekijk pagina »